Wat is CMV

 

CMV (Cool Moves Volleybal) is speciaal gericht op kinderen in de leeftijd van 6 jaar tot en met 12 jaar. Door middel van verschillende niveaus leer je stapsgewijs volleyballen!

Cool Moves Volley (CMV)

De Nevobo staat voor volleybal en heeft met het Cool Moves Volley (CMV) een unieke manier om volleybal aan te leren aan de jongste jeugd. Deze volleybalmethode bestaat uit makkelijk te overbruggen niveaus – die speciaal ontworpen zijn per leeftijd – om zo uiteindelijk op het gewenste niveau te komen.
Cool Moves Volley is een sport met veel ‘coole moves’: opslag, pass, set-up, smash, blok en duik. Je doet elke keer iets anders en met je team probeer je te scoren. Binnen Cool Moves Volley zijn er zes niveaus, waardoor iedereen op zijn eigen niveau kan leren smashen, duiken, serveren en blokken.

Het Cool Moves Volley is ontwikkeld vanuit de gedachte- en belevingswereld van het jonge kind en kent spelvormen waarbij kinderen veel, veelzijdig en plezierig bewegen, waar de spelvormen aangepast zijn aan de ontwikkeling van het kind en waar een ieder gelijke speelkansen geboden wordt.

  • Het spel biedt een uitdaging voor het meer begaafde als ook het motorisch minder ontwikkelde kind.
  • Ieder kind wordt actief betrokken in het spel.
  • Het CMV is een volwaardig balspel, dat al vanaf groep 3 kan worden geïntroduceerd.

Jongens en meisjes kunnen in het cmv gewoon samenspelen.

De visie van de Nederlandse Volleybalbond (NeVoBo): spel aanpassen aan….

In de visie van de NeVoBo moet het volleybalspel aangepast worden aan het kind. Dit betekent dat spelregels, veldgrootte en spelvorm aangepast zijn aan de ontwikkelingsfase van het kind.

Er is uitgegaan van een spelvorm waarin de regels de kans op succes voor iedere deelnemer vergroten.
Uit interviews met deelnemers blijkt dat kinderen geïnteresseerd zijn in 4 punten: actie (met name scoren); persoonlijke betrokkenheid; een uitdagende wedstrijd; mogelijkheden om vriendschappen te ontwikkelen.
Bovenstaande punten verklaren waarom Cool Moves Volley zo’n succes is. Kinderen kunnen op jonge leeftijd scoren en moeilijke acties maken om de bal van de grond te houden. De teams zijn klein, 4 à 5 kinderen, zodat iedereen speelt!

Omdat je alleen een punt krijgt bij het leeg spelen van het veld van je tegenstander krijg je uitslagen met kleine verschillen. Er is sprake van succes beleving als je als laatste je team kunt redden. Je vormt een team en bent in staat vriendschappen te ontwikkelen.

Het plezier als uitgangspunt

Er is een duidelijke keuze gemaakt: de spelregels staan in dienst van het spelplezier. Dat betekent dat er bij CMV niet gekozen is voor een programma dat gericht is op “winnen”, maar veel meer voor een programma dat gericht is op plezier, gekoppeld aan een competitie-element. Dat heeft direct gevolgen voor de manier waarop trainers en scheidsrechters omgaan met het aanbieden en regelen van het volleybal spel. Elke mini volleyballer, of hij nu een hoge of lage vaardigheid heeft, moet succes kunnen beleven. Dat doet de jeugdige vooral door te leren zijn prestatie niet af te meten aan winst in een wedstrijd, of vergelijkingen met andere spelers, maar veel meer door te kijken naar zijn persoonlijke vooruitgang in vaardigheid. Bij elk niveau van CMV moeten immers nieuwe vaardigheden geleerd worden. De vooruitgang wordt veroorzaakt door de eigen bekwaamheid en de inspanning die de sporter levert om de eigen bekwaamheid te vergroten. Op deze manier worden spelers ook begeleid. Uiteindelijk zal dit tot gevolg hebben, dat spelers een grotere persoonlijke vaardigheid ontwikkelen, en met meer plezier, het volleybalspel spelen.

Zes niveaus binnen CMV

De 6 niveaus gaan uit van wat een gemiddeld kind van die leeftijd zou moeten kunnen !
Indien de vaardigheden nog niet voldoende beheerst worden mag men een niveau lager spelen.
Vanaf 6-jarige leeftijd worden wedstrijden in competitieverband georganiseerd.

Niveau 1: Er zijn informele spelregels. Leren vangen en gooien is de basis van het spel. Doordraaien na elke bal die over het net gaat.
Niveau 2: De bal wordt met een onderhandse serve vanuit het veld in het spel gebracht, balbaan-herkenning en vangen en werpen worden verder ontwikkeld en nemen op het einde van het seizoen al volleybaleigen (strekworp, swingworp, met gestrekte handen vangen en gooien, in een kommetje vangen) bewegingen aan. Er wordt gaandeweg het seizoen een begin gemaakt met onderarms spelen!
Niveau 3: De bal wordt met een onderhandse serve vanuit het veld in het spel gebracht. Elke bal die over het net geserveerd of gegooid wordt, moet door de tegenstander met twee armen via de onderhandse techniek omhoog gespeeld worden. Een teamgenoot vangt deze bal, en gooit hem vervolgens over het net.
Niveau 4: Serveren vanachter de achterlijn, verplicht 3 maal spelen, waarbij de tweede bal in een vang-gooi-beweging wordt opgespeeld, de derde bal kan bovenhands of onderhands gespeeld worden.
Niveau 5: Er wordt op een groter veld gespeeld en de bal mag niet meer gevangen worden. 3 Maal spelen wordt met een bonuspunt beloond.
Niveau 6: Idem 5; Op de tip en de smash wordt geoefend en de serve mag bovenhands